1 on 1: Admir Mirena, Vlaamse topsportcoach breaking

Admir Mirena: wereldbekend binnen de breaking scene, visionair achter “Take a Break” en sinds kort ook hoofdcoach van de Vlaamse topsporters Breaking, die zich voorbereiden op de Olympische Spelen van 2024 in Parijs. Jordi Dehaes, zelf breaker, ging op gesprek met de Gentenaar, die hiphop met hart en ziel beleeft.


Wie is Admir Mirena?

Een belangrijke vraag (lacht), “wie is Admir Mirena?”. Admir is een allrounder die ook een levenslange student is. Admir is ook iemand die constant groeit en als je in de geschiedenis kijkt, dan zie je ook een connecter, een harde werker, een doorzetter. Iemand die zorgzaam is voor de mensen rondom zich en iemand die ze ook wilt meetrekken: de mogelijkheid om mensen mee te nemen naar the next level wanneer je er zelf hebt gestaan, is altijd geweldig.


Voor de rest ben ik een bboy, een breakboy. Breaking is een kunstvorm uit de hiphopcultuur, de cultuur die ik als kind heb ontdekt en die vandaag nog steeds belangrijk voor me is. Het was een vertaling van de maatschappij en levensstijl waarin ik zit. Het was ook de “taal” die ervoor zorgde dat ik me ergens thuis kon voelen. Ik ben dus ook een hiphopactivist en er dus dagelijks mee bezig. Ik begon als MC (master of ceremony) en heb ook nog graffiti gedaan. Ook ben ik een vinylverzamelaar en dj. Daarnaast doe ik ook nog aan foto- en videografie.

Ik heb Red Bull BC One gewonnen en ook verschillende wedstrijden in het buitenland met mijn toenmalige crew, Team Shmetta. Op dit moment zit ik in Belgians With Attitude (BWA). Dat is een Belgisch collectief om de meest erkende Belgische bboys samen te brengen en ze België te laten vertegenwoordigen op battles over heel de wereld. Recent ben ik dan ook hoofdcoach van het Vlaams Olympisch programma voor breaking geworden.


Hoe ben je in het breaken gerold?

Door 3 vrienden op de lagere school.

Toen ik naar hier immigreerde als 8-jarige, kwam ik in een taalschool te zitten en dus onder mijn leeftijdsniveau. Ik kwam toen op een nieuwe school als jonge gast die niet wist hoe te connecten met anderen. Daar heb ik dan in een hoek enkele breakers zien dansen. Ik zag eigenlijk onmiddellijk een manier om te communiceren en om mezelf te uiten.

Ik ben er toen naartoe gestapt en er was meteen een conversatie zonder woorden. De manier van bewegen en de bewegingen zelf vormden meteen een comfort zone voor me. Die zone van comfort hielp uiteraard, aangezien de hele situatie van een nieuwe school, nieuwe vrienden, de taal niet kennen, etc. een erg paniekerig gegeven was. Na een tijd mocht ik dan mee naar de trainingen, die toen gegeven werden door Karim Kalonji en LDC (l’école des champions), wat Ghent City Breakers werd en daarna Psycho’s.


Wat betekent breaken voor jou op dit moment?

Op dit moment is breaken voor mij redelijk oneindig. Ik wil het niet echt benoemen; het zou ook moeilijk zijn om er een term op te plakken. Je kan zowel bewijzen dat het dát is en dat het dát ook niet is.

In mijn ogen kan breaking alles zijn; een therapie, een artform, een hobby, een cultuur, een workout, noem maar op. Het blijft doorgaan; het is leven. Ik hou ervan om het te doen, maar ook om erover te onderzoeken en filosoferen. Hoe en wat dansers erbij voelen, hoe ze sterker worden, waarom ze het doen,…

Hoe ben je coach geworden in break?

Dat is heel spontaan gekomen. Coaching is voor mij ook geen keuze, maar iets van het dagdagelijkse leven. Ik kwam altijd al op voor zij die wat extra hulp nodig hadden; het doorgeven van concepten binnen break deed ik ook al toen ik jong was. Doorheen de jaren is dat verder gegroeid, ook door de ontwikkelingen binnen break. Het is organisch verder gelopen. Het is een uitwisseling, want ik zie mezelf ook als iemand die nog coaching nodig heeft. Het is moeilijk een term op die breakfilosofie te plakken, want het is erg individueel. Je kan jezelf geen coach of leerling noemen: ook al ben ik “coach”, ik leer bij van de interacties en de resultaten. Het traditionele coachingsysteem uit andere sporten zou volgens mij nooit werken voor breaking.

Ik blijf coaching zien als het aanwezig zijn van beide partijen. Er zijn ook altijd levels: er is altijd iemand die meer of minder over iets weet dan jij. Dat maakt het met die oneindigheid van break moeilijker, maar wel interessant. Het delen van concepten is belangrijk om die winnaar allround te maken: je kan een champ zijn in één van de elementen, bijvoorbeeld het artistieke of fysieke, maar als je tegenover iemand komt die beide heeft, dan mis je die kwaliteit bij jou. Niet iedereen is daar open minded genoeg voor.


Dans je zelf nog veel?

Ik dans nog superveel. Je moet uiteraard zelf meester worden, alvorens je concepten “perfect” kunt overbrengen. Ik dans nu minstens 10 u. per week, ik ben er dus wel mee bezig (lacht). Ook met beweging in het algemeen en onderzoeken en filosoferen rond beweging. Ik battle ook nog graag, maar ik kies ze nu wel meer uit. Uiteindelijk is het voor mij nog steeds plezier hebben. Wanneer ik 2-3 u. dans, is dat een vorm van zelfexpressie, zweten en therapie. Ik ga proberen heel mijn leven met break bezig te blijven, zolang ik het kan. Ik geloof in adaptation: wanneer ik 60 ben, zal ik me wel aanpassen aan mijn mogelijkheden. Break is eindeloos: je kunt je altijd aanpassen aan blessures, lenigheid, kracht, alles.


Wat dacht je toen break werd aangekondigd als een Olympische sport?

Wat dacht ik? Ik ben altijd heel neutraal; ik heb steeds 2 visies. Vanuit mijn hart support ik waar het positief naartoe gaat, maar ik moest zelf even nadenken zonder instinctief te oordelen. Enerzijds was ik bang dat we de essentie van onze cultuur en van zelfexpressie/creativiteit zouden verliezen. Anderzijds dacht ik dat het heel open was en alle (goede) kanten uit zou kunnen gaan. Want er is nog niets, dus wie bepaalt het dan? Wij; als een gemeenschap, als activisten binnen deze cultuur/dans. Er zijn twee kanten: "verliezen we de essentie niet?" en "maar het creëert wel veel nieuwe mogelijkheden". Het kan volgens mij wel samenlopen als je het goed plaatst. Zonder te essentie te verliezen, take it as it is. Het is heel rauw, heel bruut, heel eindeloos. Je hoeft het niet te benoemen.


Ik denk ook dat het worden van een Olympische discipline, break wel een soort erkenning geeft. Je kunt jezelf de vraag stellen: “moet het wel erkend worden?”. En dat klopt, het hoeft niet als een Olympische sport erkend te worden voor mij om te doen wat ik doe. Het kan beide kanten opgaan, maar hoe meer opties, hoe beter.

De Olympische Spelen zijn eigenlijk gewoon een nieuw platform dat voor ons wordt gecreëerd, zodat wij er in mee kunnen gaan. Zal het danscultuur beïnvloeden? Ja, maar het zal beïnvloed worden door hoe wij het creëren.

Een groot deel zal afhangen van hoe betrokken iedereen is. Die betrokkenheid kan gaan van cameraman tot interviewer tot danser of coach. En hoezeer je betrokken bent, is uiteraard je eigen keuze, die ook gerespecteerd moet worden.


Wou je graag topsportcoach worden of had je wat overtuiging nodig?

Ik moest niet overtuigd worden, maar het kwam wel als een verrassing. Het verliep wel heel natuurlijk, zoals alles wat ik altijd al heb gedaan. Je moet uiteraard wel naar een extra drive zoeken en harder werken. Mijn grootste doel is ook om een impact te hebben op wat er gecreëerd wordt.

Natuurlijk is het geweldig als onze atleten medailles halen, maar ik zie het ook breder dan dat. Als alle landen een goed plan hebben, kan er heel veel vooruitgang worden gemaakt.

De focus ligt sowieso eerst op je eigen kamp. Mijn eerste gevoel was dus echt wel een drang om mee te helpen/te steunen met de vooruitgang. Heb ik daarom het antwoord? Nee, nog niet. Dat zullen we zien op lang termijn, door eraan te werken.


Wat omvat jouw functie als hoofdcoach?

Op dit moment is het voor mij heel belangrijk dat de atleten ondersteund worden, dus probeer ik hen te helpen met groeien/ontwikkelen. Ik probeer ook veel van hun vragen zelf te beantwoorden, maar soms verwijs ik naar externen. Ook plan ik hun trainingen, geef de coaching uiteraard en probeer een plan zo dicht mogelijk bij perfectie te creëren voor 2024.

Break is uiteraard heel rauw en street en underground, maar het Olympische zorgt er wel voor dat de dansers meer kunnen groeien, aangezien we gerichter kunnen werken rond blessures vermijden, etc.

De zoektocht zal nog wel even doorgaan. Ik ben daarom ook niet echt de "coach-coach": we zoeken allemaal naar hoe we het beste verder gaan. De danser heeft daar een grote zeg in, maar ook de gemeenschap zelf. Iedereen is welkom om een handje te helpen.


Heb je buiten je functie als hoofdcoach nog andere bezigheden?

Soms jureer ik nog of geef ik een workshop. Ik ben ook nog bezig met foto- en videografie. Soms becommentarieer ik op livestreams van grote events. Maar het is allemaal wel complementair, denk ik. Alle connecties die er zijn en alle evenementen waar ik naartoe ga of aan meewerk, zijn extra ervaringen die ik ook in het coachen kan steken. Ook werk ik aan mijn "Take a Break"-concept. Dat is een visie over break en over de gemeenschap en de scene, wat dus redelijk internationaal is, maar toch zitten veel elementen daarvan in de coaching. Maar op dit moment ben ik inderdaad wel bijna fulltime met het Olympisch plan bezig.


Had de coronapandemie een invloed op de coaching?

De lockdown heeft gewoon een heel isolerend effect op iedereen gehad, maar dat had volgens mij ook een goede impact. Uiteraard werd iedereen in z’n eigen bubbel gezet, maar dat creëerde wel de mogelijkheid om een zoektocht naar zichzelf te starten, wat voor break heel belangrijk is. Sommige dansers trainden heel hard tijdens de lockdown, anderen waren eerder naar zichzelf op zoek, nog anderen kregen met heel uiteenlopende emoties te maken. Dat heeft allemaal een invloed op hoe we dansen, maar ze kunnen er altijd sterker uitkomen. We konden dus niet samen trainen, maar de lockdown zorgde er wel voor dat er daarna meer “kracht” was. Het was dus zowel een rem als een boost (lacht).

Wat is jouw grootste droom met betrekking tot break?


Op dit moment zijn we volgens mij met pionierswerk bezig. Dat op zich is al een droom voor me. Uiteraard is het niet vanzelfsprekend. Ik denk dat de droom voor mij eerder is dat het een mooie reis was, wanneer het afloopt. Een topresultaat is ook een doel uiteraard, maar dus ook dat het niet eindigt nadat we een topresultaat hebben bereikt. Dat de hele reis, zeg maar, verder gaat. Dat het niet om 4 of 8 jaar gaat, maar dat het over hele generaties verder zal gaan.

Voor mij is de droom dus echt dat het op lange termijn verder gaat, dat de dansers zich verder ontwikkelen tot betere mensen, tegenover andere dansers, hun leerlingen, familie, iedereen gewoon. Dat de community echt ondersteunt wat er gaande is. Ik hoop dat er ooit iemand van ons een prijs haalt, maar eerder dat het daarna verder gaat. Verder dan die momentopname.

Wat verwacht je van de Olympische Spelen in Parijs?

Langs de ene kant niets, maar langs de andere kant denk ik toch: “Bring it on”. Ik ben heel benieuwd, omdat het zo nieuw en onzeker is waarin we zijn geplaatst. Maar ik laat het gewoon op me afkomen. We passen ons wel aan als we zien dat er misschien iets niet klopt. Dat hebben breakers altijd al gedaan: goede of slechte grond, muziek, dag of nacht, noem maar op. Ik verwacht wel veel van de organisatie, omdat het de grootste competitie ooit is. Maar van ons, van de dansers, verwacht ik dat ze zullen doen wat ze altijd al doen. Dat ze zichzelf blijven en in hun rust en element blijven en van daaruit ontwikkelen, ervoor, tijdens en erna. Ik verwacht niets, maar op hetzelfde moment toch heel veel.


7 keer bekeken

Swing Online