5, 6, 7, 8: Quickstep

Bijgewerkt: mei 18

In een van de vorige edities van deze rubriek hadden we het over latin, cha cha cha om precies te zijn. Dit keer nemen we een dans uit het standardgamma onder de loep, namelijk de quickstep.

Allereerst wil ik graag de benaming ‘standard’ kort even toelichten. Het is niets meer of minder dan de “moderne” verzamelnaam voor wat we decennialang ‘ballroom’ hebben genoemd. Daarin zitten langzame wals, quickstep, tango, Weense wals en slow foxtrot vervat.


Ook de combinatie waar ik het in dit artikel over wil hebben, heeft de voorbije jaren een nieuwe benaming gekregen. Vroeger spraken we van ‘quarter turn to right’, gevolgd door een ‘progressive chasse’. Die benaming zal misschien niet bij iedereen onmiddellijk een belletje doen rinkelen, maar het is niets meer of minder dan 8 passen basispas quickstep. Hoewel beide termen vast en zeker nog bestaan, spreken we voortaan toch eenvoudigweg over ‘basic movement’.


Maar wat gaat er in die 8 passen nu vaak fout, zowel op recreatief als op wedstrijdniveau?

Wel, het venijn zit ‘m in pas 4 voor de dame en vooral in pas 8 voor de heer. Die pas dient zonder uitzondering te allen tijde over de teen te gaan. De hiel komt uiteindelijk wel aan de grond, maar éérst de teen. Als je, van zodra het weer mag, eens goed rondkijkt naar het voetenwerk van vele dansers op de dansvloer, zal je ongetwijfeld merken dat precies die pas over de hiel gedanst wordt, en dat is zowat de meest voorkomende technische fout in om het even welke dans. De juiste techniek met betrekking tot het rijzen en dalen is eigenlijk:

  1. Start to rise e/o 1

  2. Cont. to rise on 2

  3. Cont. to rise on 3

  4. Up on 4, lower e/o 4

Voor wie deze termen weinig zeggen… Het komt er dus op neer dat je begint te rijzen op het einde van de eerste pas (ik spreek nu even voor de dames). Zowel op de tweede als op de derde pas moet je nog verder omhoog kunnen, en ja, zelfs op die vierde pas moet je nog een klein beetje overschot hebben om te kunnen rijzen. ‘Up on 4’ betekent dat je dus je hoogste punt bereikt hebt op het moment dat je je vierde pas gezet hebt. Let op dat je hier je benen niet 100% doorstrekt! Hou altijd een piepklein beetje flex in die knieën, op die manier kan je veel stabieler dansen.

Doordat je de volledige 4 tellen gebruikt om op je hoogste punt te komen, ga je natuurlijkgewijs op die laatste pas eerst je teen aan de grond zetten, en daarna pas je hiel, op het einde van die laatste pas.

Voor de heren onder ons geldt absoluut hetzelfde, maar dan over passen 5,6,7 en 8(!).


Hoe komt het nu dat zo’n belangrijke pas vaak fout gaat?

Wel, heel vaak zie je dansers heel mooi indalen bij het begin van de eerste pas (voor de heren: pas 5), maar na pas 2 (heren: 6) hebben veel danskoppels het hoogste punt al bereikt, of toch zeker na de voorlaatste pas, waardoor ze op die laatste pas niet nóg eens omhoog kunnen, en dus als het ware ‘naar beneden vallen’. Op die manier kan je niet anders dan die laatste pas over de hiel dansen.


Conclusie

Probeer heel bewust te dansen en respecteer het rijzen & dalen, dat begint op het einde van eerste pas en eindigt aan het begin van de laatste pas.

Doordat je het rijzen geleidelijker aan danst, zal je merken dat je laatste pas mooi en technisch correct over die teen zal gaan.


Davy Claes



Wil je die basic movement ook eens uitgevoerd zien? Onze ambassadeurs Ruud en Chris tonen het je graag:


Recente blogposts

Alles weergeven